Wilma
“Hulp vragen hoeft nu niet meer, want mensen begrijpen me.”
1. Waar kom je vandaan?
Ik kom uit het dorp Clydebank in Schotland. Een mooi dorpje dat je misschien kent van de Singer naaimachines. De fabriek die deze machines maakt, staat daar.
2. Hoe lang ben je al in Nederland?
Al 3 jaar. Ik heb mijn man leren kennen tijdens ons werk op de Holland Amerika lijn.
3. Je bent dus verhuisd voor de liefde?
Haha, zeker. Ik ben verhuisd voor de liefde. Nu woon ik in Ter Heijde, vlak bij het strand en ben ik getrouwd.
4. Hoe ben je bij het Taalhuis terechtgekomen?
Ik heb online gezocht waar ik Nederlands kan leren. Op de website van de gemeente zag ik de Taalcafés bij de bibliotheek en toen ben ik naar de bibliotheek gegaan.
5. Hoe vond je de eerste keer Taalcafé?
Ik was een klein beetje bang, want je ontmoet nieuwe mensen en je weet niet precies wat je te wachten staat. En ik vond mezelf nog niet goed genoeg om Nederlands te spreken dus ik was onzeker. Maar bij het Taalcafé splitsen de groepjes in beginner, midden en gevorderden en dat was heel fijn, omdat ik dan niet direct in een groep kwam met een te hoog niveau en ik het niet zou begrijpen. De begeleiders waren heel lief en vriendelijk en ook de andere deelnemers waren fijn om te ontmoeten.
6. Wat heb je bij het Taalhuis gedaan?
Ik ga met veel plezier naar het Taalcafé.
7. Wat heeft dit je opgeleverd?
Voorheen durfde ik niet met andere Nederlanders te praten, want ik was onzeker en bang dat ze mij niet begrepen of ik hen niet. Ik woon in Ter Heijde en als ik over het strand liep hield ik mijn hoofd naar beneden, zodat niemand me zou aanspreken. Nu heb ik veel contact met andere Taalcafébezoekers en durf ik wel andere Nederlanders te spreken. Het Taalcafé heeft mij zelfvertrouwen gegeven. Morgenavond ga ik naar het Vrouwenfeest samen met een andere deelnemer van het Taalcafé.
8. Wat betekent dit in je dagelijks leven?
Vaak snapte mensen niet wat ik bedoelde. Toen moest ik alles op mijn telefoon opzoeken. Ook om bijvoorbeeld een vraag in de supermarkt te stellen. Ik wist het woord voor knolraap niet. In het Engels is dat turnip, maar de medewerker van de supermarkt begreep dat niet. Ik schaamde me en liep maar weg. Nu begrijp ik het wel en kan ik vertellen wat ik nodig heb of een vraag stellen. Dat voelt heel goed. Ik leer van alles bij het Taalcafé, ook hoe de groenten en fruit heten. Ik kan dit nu ook zelf op de bordjes lezen. Hulp vragen hoeft dus niet meer.
9. Zou je het Taalhuis aanbevelen?
Ja, zeker! Ik nodig anderen ook uit. Het Taalcafé is heel goed voor je en de vrijwilligers zijn heel vriendelijk. Het is een rustige omgeving en je krijgt geen huiswerk zoals op een school. Het is rustiger leren en het voelt veilig. Nieuwe mensen stellen zich voor, zodat we echt als een groep voelen en we leren elkaar goed kennen. En je leert veel van elkaar over andere culturen, bijvoorbeeld de Ramadan en het Suikerfeest. Dat vind ik heel interessant en heel goed. Zo krijg je meer begrip voor elkaar. De vrijwilligers delen ook zelf eigen verhalen en ervaringen. Ze zijn altijd heel blij je weer te zien. Ik kijk er altijd erg naar uit om naar het Taalcafé in 's-Gravenzande te gaan. Ik ga ook naar het Taalcafé in Naaldwijk en soms naar het Taalcafé in Monster.
10. Wat is het leukste dat je hebt meegemaakt?
Een keer zat ik met vrienden in de trein en werd een vrouw boos op ons. Ze bleef zeggen ‘ssst’. En wij begrepen niet waarom, want we hebben het gewoon gezellig. De vrouw wees naar de S en vertelde ons dat we in de stiltecoupé zaten. Ik had hier nog nooit van gehoord, maar gelukkig legde ze het uit. Dit heb ik in het Taalcafé verteld en toen moesten we allemaal heel hard lachen. De vrijwilligers hebben toen kaartjes erbij gepakt met daarop trein, bus, vliegtuig, tram. Dat hebben we toen met elkaar behandeld.