Kristina
“Nu durf ik wél met andere Nederlanders te praten.”
1. Waar kom je vandaan?
Ik kom uit Oekraïne, dicht bij de grens van Rusland.
2. Hoe lang ben je al in Nederland?
Bijna 4 jaar.
3. Hoe vind je het hier?
Goed. Beetje wennen, met regels en mensen met een andere mentaliteit. Ik ontmoet altijd goede mensen in Nederland. Dat is erg belangrijk, want ik kan nu met hen praten. In het begin was het lastig om met andere Nederlanders te praten. Nu gaat dat heel goed. Toen durfde ik ook niet met anderen te praten en daar heeft het Taalcafé bij geholpen. Nu durf ik wél tegen anderen Nederlands te praten. Vrijwilligers en deelnemers van het Taalcafé helpen heel erg bij het leren van de Nederlandse taal. Ook mijn Taalmaatje heeft super goed geholpen.
4. Wat vind je het verschil tussen het oefenen in het Taalcafé en oefenen met een Taalmaatje?
Als je leert in een groep dan hoor je anderen Nederlands praten. Als een ander het fout doet, dan kun je zelf in je hoofd die fout alvast verbeteren en dit daarna met de vrijwilliger bespreken. Ik vind het ook fijn dat er mensen in de groep zitten die al beter Nederlands spreken dan ik. Daar leer ik van.
Met mijn Taalmaatje Nederlands leren helpt ook heel veel. Dan neem je samen de tijd om iets beter te begrijpen. Dus ook een beetje grammatica en goede zinnen schrijven. Hij kan goed de regels uitleggen en neemt daar de tijd voor. Daarnaast zit ik ook bij ROC Mondriaan op school.
5. Hoe ben je bij het Taalhuis terechtgekomen?
Andere Oekraïners hebben mij verteld over het Taalcafé. Toen ben ik naar het Taalcafé in Bibliotheek Naaldwijk gegaan. De eerste keer zat ik bij Koos (vrijwilliger) in de groep. Dat was heel fijn. Het is rustig, interessant, gezellig, we lachen veel en Koos is een goede leraar.
6. Wat heb je bij het Taalhuis gedaan?
Ik ga naar het Taalcafé en ik heb een Taalmaatje.
7. Wat betekent dit in je dagelijks leven?
Ik werk met mensen in een Starbucks café in De Lier. Daar maak ik koffie en praat ik veel met mensen die daar komen. Daar ontmoet ik ook veel goede Nederlandse mensen. Veel Nederlandse mensen geven mij complimenten voor hoe ik goed ik nu Nederlands spreek en zeggen “goed gedaan”. Ook bespreken we verschillende onderwerpen tijdens het Taalcafé en dat helpt bij het begrijpen hoe Nederland werkt. Onderwerpen zoals: verkeer, geschiedenis, items uit het nieuws, feestdagen. Dit is heel fijn omdat mijn kind dit ook leert op school. Nu kunnen we daar samen over praten en begrijpen wij elkaar.
8. Wat is het leukste om te doen?
Taalspelletjes spelen! Dat is interessant en leerzaam. Een leuke manier om de taal te leren.
9. Waarom zou je het Taalhuis aanbevelen?
Ik zou het Taalcafé zeker aanbevelen. Ik zeg altijd tegen mijn vrienden hoe belangrijk het is dat als je je taal wilt verbeteren je naar de bibliotheek kan gaan. Daar praat je met anderen en lees je een boek of kun je spelletjes spelen met je kinderen. Je kan dan luisteren naar hoe anderen Nederlands met elkaar praten als de kinderen spelen met elkaar.